Overzicht
NederlandsEnglishActueel

Beter 1x zien dan 100x horenBouwen, wonenVerwarming, tegelkachelsNonolet, composterenWaterzuivering, wateropvangLand- en tuinbouw, voedingVervoer, gebruik spierkrachtRepareren en gereedschappen

 

Beter 1x zien dan 100x horen

De composthoop volgens Pieter Boxman

Onze goede vriend en gewaardeerd eigenzinnig tuinbouwexpert Pieter Boxman deed zijn eerste proeven met planten al op veertienjarige leeftijd, op de tuinderij van zijn vader. Tot op de dag van vandaag experimenteert hij, al kan hij het niet meer praktisch, op zijn eigen onnavolgbare manier, met biologische fruit- en groenteteelt. Zijn leermeester, zegt hij, is de natuur zelf. En kun je, met alle fiasco’s van de moderne agro-industrie, je een betere leermeester wensen? In zijn proeftuinen in Twekkelo werkte Pieter, samen met vrienden, in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw op een, zeker voor die tijd, ongebruikelijke manier. Maar de resultaten waren zo opvallend, dat hij aan deze tuinen zijn landelijke erkenning had en heeft te danken. Deze aflevering van ‘Beter 1x zien’ is een eerbetoon aan een moedige en intelligente tuinderszoon aan wie de biologische land- en tuinbouw veel te danken heeft. De onderstaande tekst komt uit het in 1974 door Arcanum uitgegeven boek ‘De Moestuinen van Twekkelo’, dat drie drukken beleefde.


Composthoop

 

Een composthoop moet warm en vochtig zijn. De beste plaats is niet te laag, en tussen wat bomen. Meestal maakt men een composthoop compact, in een silo of direct op de grond. Ik bouw mijn composthoop liever op boven een laag takken: ca 180 cm lang snoeihout van els, hazelaar, berk, enzovoort. Deze laag hout geeft voldoende zuurstof en eventueel de mogelijkheid voor vochtafvoer aan de onderkant van de hoop en kan bovendien later in kleine stukjes uitgespreid worden over de grond. Dit verrijkt de grond enorm en zorgt voor extra voeding voor het bodemleven. Om de meter plaats ik een paal in de composthoop-in-opbouw, die ik er na het gereedkomen weer uithaal. Zo zijn er schoorstenen in de composthoop, die ervoor zorgen dat een eventueel teveel aan warmte of vocht in de hoop kan worden afgevoerd, en die, samen met het rooster van snoeihout aan de onderkant, de complete composthoop van voldoende zuurstof voorzien. Een teveel aan vocht zorgt voor rotting en dat willen we in de composthoop voorkomen. Daarom voegen we ook geen gekookt voedsel toe, dat gaat rotten en bovendien ongewenste insekten aantrekt. Ook broodresten heb ik liever niet: op oud brood ontwikkelen zich gemakkelijk penicilline-schimmels, die door hun abiotische werking het bodemleven verstoren. Brandnetels zijn een bron van spore-elementen: deze mogen op geen enkele composthoop ontbreken. Ook maerltoevoeging bevordert het proces aanmerkelijk.
De volgorde van de lagen is niet belangrijk, wanneer de hoop is opgebouwd als hierboven beschreven. Organische mest breng ik bij voorkeur niet als laag in de hoop, maar als afdekking aan de buitenzijde. Juist mest heeft veel zuurstof nodig en ‘s winters houdt deze laag de composthoop warm. Vriest het hard, vergeet dan overigens niet de schoorsteenpijpen in de hoop met een paar krantenproppen dicht te stoppen, zodat er geen warmte verloren gaat!
Na de lange winter is compost een medicijn voor de grond. Vlak voordat er regen verwacht wordt zaaien we het uit juist zoals een boer zijn graan zaait.

Uit: De moestuinen van Twekkelo door Pieter
Boxman. Uitg. Arcanum, 1979, ISBN 9661390133.