Overzicht
NederlandsEnglishActueel

Beter 1x zien dan 100x horenBouwen, wonenVerwarming, tegelkachelsNonolet, composterenWaterzuivering, wateropvangLand- en tuinbouw, voedingVervoer, gebruik spierkrachtRepareren en gereedschappen

 

Zoeken

Beter 1x zien dan 100x horen

Hout beter stoken

De koude winter van 1995-'96 was lang genoeg voor experimenten. Als altijd op zoek naar verbeteringen zochten we naar een manier om de Fin-oven, die toen al zo'n 11 jaar door zelfbouwers bij ons kon worden gegoten, sneller te kunnen opstoken. Tot dan gaven wij het advies deze grote, van tegenstroomkanalen voorziene Finse kachel met twee porties hout van elk zo'n 3 tot 3,5 kilo te stoken. Deed je namelijk de voor 12 uur warmte vereiste hoeveelheid hout van circa 7 kilo in één keer in de kachel, dan begon de kachel zodra het vuur groter werd, stoterig te branden. Het leek wel 'naar lucht happen'.
We konden dit veranderen door, zoals we in nr. 84 van ons blad schreven, het aanbrengen van een chroomstalen plaatje boven de luchtinlaat. Het stoten verdween en de verbranding werd regelmatig en heter. We schreven dit toe aan een betere luchtdoorstroming. Maar klopte dat?

Kort geleden ontvingen we een interessante brief van de Friese tegelkachelbouwer Fetze Tigchelaar, die ons attendeerde op een inmiddels door hem toegepaste verbeterde stookmethode, die er in het kort op neerkomt, dat in zijn nieuwe kachels het hout van boven naar onder opgestookt wordt. Hij bereikt hiermee wat hij een geleidelijke ontgassing van het hout noemt. Dat laatste krijg je niet (en wèl het 'stoten') als je, op de traditionele manier, het hout van onderen aansteekt.

 

 

Desgevraagd vertelt Fetze, dat hij op de hoogte kwam van de nieuwe stookwijze door zijn contacten met de Finse architect en onderzoeker Heikki Hyytiäinen, dezelfde die in de jaren tachtig na publicatie van zijn befaamde onderzoek over Fin-ovens voor ons enkele cursussen in Nederland over kachelbouw verzorgde.
Heikki heeft inmiddels een uitgebreid, door de EU gefinancierd, onderzoek over houtstoken voltooid, dat verrassende uitkomsten oplevert over 'andersom' stoken. Hierdoor wordt het in hout aanwezige houtgas er niet te snel (en dan explosief brandend) uitgejaagd. Vooral tegelkachels met zgn. 'tegenstroomkanalen' (zoals alle Scandinavische kachels) gaan 'stoten' zodra het hout na van onderen te zijn aangestoken fel gaat branden.

 

 

 

Dankzij Heikki hebben we ons chroomstaalplaatje uit '96 aangepast, een trapvorm gegeven, verhoogd en versmald tot 10 cm. In onze (zelfbouw-) Fin-oven stoken we hout met een lengte van gemiddeld 25 cm. Het 'trapje' eindigt in een ruim 16 cm naar binnen stekend platformpje, waar we het hout rechtop omheen plaatsten. Op het platformpje en/of bovenop het hout zelf stoken we een aanmaakvuurtje, dat het hout aan de bovenkant van de rechtop staande stukken aansteekt. Daarna brandt alles (nu de volle lading hout van maximaal ± 6 kilo in één keer!) weldra in neerwaartse richting, waarbij het houtgas veel geleidelijker vrijkomt. Omdat we maar één keer hoeven te 'laden' is het voorbereidend stookwerk korter. Toch is de kachel niet eerder uitgebrand. De verbranding is vooral in de laatste fase heter.
De stookmethode kan ook worden toegepast in de kleine (zelfbouw-) tegelkachel, die ook een tegenstroomkanaal heeft.

 

 

In onze 'standaard-tegelkachel' bereiken we een vergelijkbaar effect door een aanmaakvuurtje te stoken tegen de hier horizontaal liggende stapel hout. Omdat de lange stookkamer van deze kachel houtblokken tot een lengte van 80 cm toelaat, stoken we het hout aldus van voren naar achteren, waarbij eveneens een geleidelijk vrijkomen van houtgas wordt bereikt. In al onze kachels stoken we op een aslaag, volgens het 'Grundofen'-principe.
Fetze Tigchelaar concludeert, dat de houtstoker èn het milieu gediend zijn met de nieuwe stookwijze. We zijn het helemaal met hem eens!

LET OP! Experimenten die we enkele jaren na het verschijnen van deze aflevering uitvoerden hebben geleerd, dat de richting van verbranding van de bundel hout in de standaard tegelkachel bepalend is voor de zeer hoge temperaturen en geringe rookvorming, die karakteristiek zijn voor de nieuwe manier van hout stoken. Het aanmaakvuurtje moet niet vlak achter de stookdeur branden, maar tegen de achterwand van de standaard tegelkachel. Zodra het is aangestoken moet de volledige bundel stookhout tot tegen dit vuurtje worden gebracht, zodat de luchtstroom van de geopende luchtklep onder de stookdeur de houtbundel koelt tot waar de verbranding plaatsvindt. Hiermee wordt bereikt dat houtgas pas op de plaats van verbranding kan ontwijken. De kachel brandt daardoor veel rustiger en aanzienlijk heter en zuiniger.