Overzicht
NederlandsEnglishActueel

Beter 1x zien dan 100x horenBouwen, wonenVerwarming, tegelkachelsNonolet, composterenWaterzuivering, wateropvangLand- en tuinbouw, voedingVervoer, gebruik spierkrachtRepareren en gereedschappen



 

Zoeken

Beter 1x zien dan 100x horen

Warmtewisselaar: ja of nee?

Altijd weer zijn wij geneigd degenen, die in hun houtkachel een warmtewisselaar willen aanbrengen vermanend toe te spreken en populair maak je je zo niet bij vele ondernemende doe-zelvers. Allerlei fornuiskachelfabrikanten gaven immers het verkeerde voorbeeld met houtstookfornuizen waar je zó een paar cv-convectors op kon aansluiten! En het gíng toch? Je moest wel extra hout aandragen, maar fornuis èn convectoren werden toch maar heet! En het stoomwezen had er geen bezwaren tegen zolang er maar een open expansievat in opgenomen was. Wat zeuren we dan?

Daar gaan we dan: ijzeren kachels met ijzeren warmtewisselaars zijn gemaakt voor kolen, niet voor hout. Als je in zulk een kachel toch hout stookt onttrek je teveel warmte aan het houtvuur en moet het hout bij te lage temperatuur verbranden. Gevolg: veel roet, veel rook en kans op schoorsteenbrand. Van je hout is de warmteopbrengst minder dan de helft van wat mogelijk is bij goed droog hout, dat minimaal anderhalf jaar winddroog heeft gelegen.

Kan het dan helemaal niet bij een echte houtkachel ofwel een stenen kachel of tegelkachel?
Er is een uitzondering en we komen er op omdat we veel geleerd hebben van warmtemuren en de mogelijkheden die ze bieden. En dan hebben we het over hout- zowel als gasstook en we nemen onze Fin-oven als voorbeeld.

Ten eerste moet je cv-convectors als warmteverspreiders vergeten! Gangbare typen moeten, willen ze de lucht voldoende kunnen opwarmen, werken met watertemperaturen van 70 tot 90 graden. Wie via zijn tegelkachel of gemetselde kachel warmte naar elders wil transporteren moet genoegen nemen met lage (water)temperaturen van hoogstens 40 graden en daarmee is een warmtemuur van enkele vierkante meters, genoeg voor een slaap- of studeerkamer, op te warmen.

 


Een bescheiden warmtewisselaar zou in een tegelkachel zoals een Fin-oven of standaardtegelkachel geplaatst kunnen worden op een plaats waar geen vuur meer te bekennen is en waar rookgassen nog slechts temperaturen hebben van 200 tot 300 graden.

Het hierbij getekende ontwerp is gebaseerd op onze Fin-oven, maar het idee is zo simpel, dat het met iets andere maten en natuurlijk zover mogelijk buiten de vuurzône ook in andere tegelkachels toegepast kan worden, en dan bijvoorbeeld liggend.
Voor de goede watercirculatie zorgt een cv-pompje. We kunnen een open expansievat gebruiken of een gesloten met veiligheidsventiel.
Gebruik voor de warmtewisselaar koperen pijp van 15 mm. Zie je kans om de pijp met al zijn bochten uit één stuk te zetten, werk dan met stenen met daarin tevoren aangebrachte sleuven. Je hoeft dan de buitenste ringen maar iets uit elkaar te buigen om de twee stenen met sleuven er tussen te krijgen en de pijpen in de sleuven te duwen.
Werk je liever met losse stukken pijpen en bochten, hard-soldeer dan de verbindingen met zilversoldeer en gebruik steenblokken met geboorde gaten of giet de twee blokken (met gaten) van vuurbeton.
Bij een Fin-oven is doorvoer via de achterwand van de aansluitingen het eenvoudigst; onderin het minst lelijk.

Voor de bouw van een bijpassende warmtemuur: raadpleeg onze Bouwhandleiding Warmtemuren.