Het Nonolet: historie
Compact-composteur (CC) ging vooraf aan Nonolet
Niet minder effectief van uit het oogpunt van omzetting van organisch materiaal dan ons Nonolet, was het composttoilet, dat we in de jaren tachtig bij De Twaalf Ambachten ontwikkelden: de Compact Composteur. Er zijn er tientallen van gebouwd aan de hand van de bouwtekeningen, die bij ons al lange tijd verkrijgbaar zijn.

Daarnaast zijn er de bouwpakketten en kant-en-klare systemen, die geleverd zijn (en op bestelling nog kunnen worden geleverd) door Technisch Bureau Hamar in Wierden. Hoewel omvangrijk en daardoor eigenlijk voornamelijk geschikt voor inbouw in een nieuw te bouwen huis is de Compact Composteur, mits goed gebruikt en onderhouden, een perfect toiletsysteem voor mensen op het platteland, die zelfvoorziening nastreven. Het toilet levert immers na enige maanden tot een jaar gebruik kant-en-klare compost op, die na nog een jaar nacomposteren op een goedwerkende composthoop uitstekend en veilig bruikbaar is in eigen (moes-)tuin of op eigen akker.
Kantelbaar
We realiseerden ons, dat de inhoud van een composttoilet, net als een composthoop, af en toe gekeerd dient te worden en overtollig vocht moet worden afgevoerd. Bij het keren komt er zuurstof in de massa, waardoor de compostering op gang komt, de temperatuur in de massa stijgt en een teveel aan vocht kan verdampen. Zo kwam het idee om het hele toilet draaibaar te maken. De Boxtelse technicus Jan Raaijmakers bedacht voor ons het unieke concept van de S-vormige schotten in het binnenste van de container, zoals we die nu nog steeds monteren in de CC. Deze schotten scheiden de nog niet gecomposteerde massa (direct onder de zitting) van de composterende massa.


Het plaatsen van een CC (links) en het zitgedeelte van een ingebouwde CC (rechts).
De huidige CC, zoals die nu gemaakt wordt en waarvan de uitgebreide werktekeningen bij ons verkrijgbaar zijn, is dus kantelbaar. Eens in de driekwart jaar wordt hij, met behulp van een katrol, een halve slag gedraaid. Aan de achterzijde scheppen we de gecomposteerde massa uit de container (voor een huishouden van vier personen niet meer dan drie tot vier emmers vol) en brengen die naar de composthoop om nog een jaar te laten nacomposteren. Met het kantelen schuift de verse massa uit het eerste compartiment naar het tweede compartiment, waarna het composteringsproces opnieuw kan starten. In het eerste compartiment bevindt zich een aftapfilterbuis waarlangs overtollig vocht kan worden afgevoerd. Een ventilatieslang, aangesloten op een kleine, zeer zuinige, elektronisch gestuurde, ventilator, zorgt voor een continue luchtafvoer. De CC zal daardoor onder geen enkele omstandigheid kwalijke luchtjes afstaan.
Meer weten? Een complete bouwbeschrijving plus uitleg van de werking van het composttoilet vindt u in onze werkdocumentatie ‘Rioolvervangende technieken’. Bij de uitgaven op het gebied van waterzuivering en -besparing vindt u het boekje ‘Hoe het ook zonder riool kan’ dat een algemeen overzicht van de verschillende systemen geeft.
De Waterwagen
Onze eerste ‘Waterwagen’, een 12,5 meter lange oplegger met een complete afvalwater-zuiveringsinstallatie, werkend op zonne-energie, bouwden we in 1994 in opdracht van Scouting Nederland. De Waterwagen, waarin een met rietplanten beplant zandfilter van 7m³ onder een plexiglazen dak was geïnstalleerd en waarin vuil water werd ‘bereid’ door twee toiletten, een urinoir en een keukentje, werd gedemonstreerd op de Europese Jamboree van dat jaar en de Wereld Jamboree van het jaar daarop in Dronten. Met andere demonstraties mee trok de Waterwagen zo’n 90.000 bezoekers.

Omdat het transport van de wagen, die bijna 27 ton woog, voor ritten binnen Nederland al gauw anderhalf tot tweeduizend gulden kostte en ook het onderhoud voor onze kleine stichting te duur werd, hebben we in 2001 een nieuwe, veel kleinere Waterwagen gebouwd en Waterwagen I verhuisde naar een vaste locatie bij het Oertijdmuseum Groene Poort in Boxtel.
De nieuwe Waterwagen II, die eveneens op zonne-energie werkte, kon door een middelgrote auto worden getrokken en liet de nieuwste toepassingen zien op het gebied van kleinschalige (individuele) afvalwaterzuivering. Ten eerste vond men er het ‘balkonfilter’: een lichtgewicht helofytenfilter waarin het zand als substraat is vervangen door steenwolkorrels. Dit laatste materiaal is een afvalproduct uit de glastuinbouw, dat vooral wordt gebruikt als recyclinggrondstof voor de fabricage van poreuze baksteen. Ons eerste filter van gerecyclede steenwol bouwden we in 2001 en inmiddels stelden we vast, dat dit zeer goedkoop verkrijgbare afvalmateriaal bijzonder geschikt is voor compacte helofytenfilters, die geschikt zijn voor stadswoningen, waarin alleen plaats is op balkons of dakterrassen. Een dergelijk filter kan bijna 2,5 maal kleiner en lichter worden gebouwd dan het ‘klassieke’ met rietplanten beplante zandfilter, waarmee wij als eersten in ons land experimenteerden na 1985. Het zuiveringsresultaat doet niet onder voor dat van het zandfilter.
Waterwagen II werd op de plaats van bestemming uitgeklapt tot een complete
tentoonstelling over water besparen en afvalwater zuiveren.
Te zien was hoe zo’n toilet wordt geïnstalleerd en wat er nodig is voor het gebruik. Verder bevatte de Waterwagen II een demonstratie-toestel voor onze waterbesparende douchekop (de ambachtelijke gemaakte verchroomde ‘koperen kop’). In de wagen werd een videofilm vertoond, die een beeld geeft van het bezoekerscentrum van De Twaalf Ambachten in Boxtel en die in detail laat zien hoe een lichtgewicht filter wordt gebouwd, hoe het gft-toilet wordt geïnstalleerd, gebruikt en geleegd in de gft-container, wat er verder met het gft-afval gebeurt in de compostfabriek en hoe de landbouw gebaat zal zijn met deze nieuwe, verrijkte en gepasteuriseerde compost.